Post
Prinsjesdag 2026: wat betekent dit voor de woningmarkt?
Tijdens Prinsjesdag op 15 september 2026 presenteerde het kabinet de plannen voor 2027. Ook voor de woningmarkt staan er verschillende veranderingen op de agenda. Van extra geld voor woningbouw en een hogere startersvrijstelling tot wijzigingen in de overdrachtsbelasting en box 3. We zetten de belangrijkste ontwikkelingen op een rij.
Meer geld voor woningbouw
Een belangrijk onderdeel van de Prinsjesdagplannen is het vergroten en versnellen van de woningbouw. De Rijksoverheid meldt dat € 2,3 miljard van het beschikbare woningbouwbudget wordt ingezet voor de Realisatiestimulans. Gemeenten kunnen daarmee € 7.000 ontvangen voor iedere betaalbare woning die wordt gerealiseerd.
Daarnaast stelt het kabinet € 940 miljoen beschikbaar voor grootschalige woningbouwlocaties en € 650 miljoen voor de Woningbouwimpuls. Ook gaat € 205 miljoen naar innovatie, opschaling en het beter benutten van bestaande gebouwen.
Dat extra woningaanbod blijft nodig. Uit de meest recente cijfers van NVM blijkt dat in het tweede kwartaal van 2026 ruim 45.200 bestaande woningen werden verkocht. De gemiddelde verkoopprijs bedroeg € 506.000. Hoewel er meer woningen op de markt komen, blijft de vraag naar koopwoningen groot.
Startersvrijstelling stijgt in 2027
Ook voor jonge woningkopers verandert er iets. Kopers tussen de 18 en 35 jaar kunnen onder voorwaarden eenmalig gebruikmaken van de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting.
Volgens Vereniging Eigen Huis stijgt de maximale woningwaarde waarvoor deze vrijstelling geldt in 2027 van € 555.000 naar € 615.000.
Dat betekent dat meer woningen binnen de regeling vallen. Koop je bijvoorbeeld in 2027 een woning van € 600.000 en voldoe je aan alle voorwaarden, dan kun je mogelijk gebruikmaken van de vrijstelling.
De voorwaarden blijven belangrijk. De Rijksoverheid geeft onder meer aan dat de koper jonger dan 35 jaar moet zijn op het moment van overdracht, de vrijstelling niet eerder mag hebben gebruikt en zelf in de woning moet gaan wonen.
Lagere overdrachtsbelasting voor woningen waarin je niet zelf woont
Ook voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen verandert mogelijk iets. Denk bijvoorbeeld aan een verhuurwoning of tweede woning.
In de Prinsjesdagstukken geeft de Rijksoverheid aan dat het kabinet van plan is het tarief van de overdrachtsbelasting voor investeerders in 2027 te verlagen van 8% naar 7%.
Bij een woning van € 400.000 scheelt één procentpunt € 4.000 aan overdrachtsbelasting.
Voor mensen die een woning kopen om er zelf te gaan wonen blijft het tarief van 2% gelden wanneer zij geen gebruik kunnen maken van de startersvrijstelling.
Extra ondersteuning voor betaalbare koopwoningen
Het kabinet richt zich daarnaast op het aanbod van betaalbare koopwoningen. Volgens de Rijksoverheid krijgt het Nationaal Fonds Betaalbare Koop er € 100 miljoen bij.
Via dit fonds kunnen nieuwbouwwoningen bereikbaarder worden gemaakt voor koopstarters met een middeninkomen. Vereniging Eigen Huis schrijft dat het kabinet daarmee meer nieuwbouwwoningen toegankelijk wil maken voor deze doelgroep.
Voor starters die wel voldoende verdienen voor een koopwoning, maar moeite hebben om de volledige aankoopprijs te financieren, kan dit meer mogelijkheden opleveren.
Meer woningen voor ouderen en betere doorstroming
Niet alleen starters krijgen aandacht in de plannen. Het kabinet trekt volgens de Rijksoverheid € 635 miljoen extra uit voor de bouw van geclusterde en zorggeschikte woningen voor ouderen. Dat bedrag komt bovenop € 420 miljoen die al beschikbaar was.
Daarmee wil het kabinet niet alleen meer geschikte woningen voor ouderen realiseren, maar ook de doorstroming bevorderen. Wanneer iemand bijvoorbeeld vanuit een eengezinswoning verhuist naar een passende seniorenwoning, komt die bestaande woning weer beschikbaar voor een volgend huishouden.
Vereniging Eigen Huis benoemt daarnaast dat het kabinet de bestaande woningvoorraad beter wil benutten door onder andere woningdelen, woningsplitsing en hospitaverhuur te stimuleren.
Tweede woning en box 3
Voor eigenaren van een tweede woning zijn niet alleen de veranderingen in de overdrachtsbelasting relevant.
Volgens Vereniging Eigen Huis stijgt het forfaitaire rendement voor zogenoemde overige bezittingen in box 3 in 2027 van 6,0% naar 6,37%. Onder deze categorie vallen bijvoorbeeld beleggingen en tweede woningen.
Over vermogen boven het heffingsvrije bedrag wordt belasting berekend aan de hand van dit forfaitaire rendement. Door de verhoging kunnen eigenaren van een tweede woning daardoor meer box 3-belasting gaan betalen.
Wie kan aantonen dat het werkelijk behaalde rendement lager was dan het forfaitaire rendement, kan volgens Vereniging Eigen Huis gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.
Verdere afbouw van de Wet Hillen
Ook huiseigenaren met weinig of geen hypotheek kunnen een verandering merken.
Vereniging Eigen Huis meldt dat de zogenoemde Hillen-aftrek in 2027 verder wordt afgebouwd. In 2026 bedraagt deze aftrek nog 71,87% van het positieve verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten. In 2027 daalt dit naar 67,07%.
Dit kan betekenen dat huiseigenaren die hun hypotheek grotendeels of volledig hebben afgelost geleidelijk meer inkomstenbelasting over hun woning gaan betalen.
WOZ-waarde stijgt naar verwachting opnieuw
Ook de WOZ-waarde blijft een aandachtspunt. Vereniging Eigen Huis, op basis van verwachtingen van de Waarderingskamer, schrijft dat de WOZ-waarde op de beschikking van 2027 landelijk gemiddeld naar verwachting 5,5% tot 7,5% hoger zal liggen.
Een hogere WOZ-waarde betekent overigens niet automatisch dat de gemeentelijke woonlasten met hetzelfde percentage stijgen. Gemeenten bepalen zelf hun belastingtarieven. Wel wordt de WOZ-waarde onder andere gebruikt voor het eigenwoningforfait en verschillende lokale belastingen.
Salderingsregeling stopt in 2027
Voor woningeigenaren met zonnepanelen verandert er eveneens iets. Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling.
Volgens Vereniging Eigen Huis kunnen huishoudens vanaf dat moment de elektriciteit die zij terugleveren aan het net niet meer verrekenen met de elektriciteit die zij op een ander moment afnemen. Voor teruggeleverde stroom ontvangen zij in plaats daarvan een terugleververgoeding.
Daardoor wordt het financieel interessanter om een groter deel van de zelf opgewekte stroom direct in de woning te gebruiken.
Wat betekenen de Prinsjesdagplannen voor de woningmarkt?
De Prinsjesdagplannen voor 2027 richten zich voor een belangrijk deel op het vergroten van het woningaanbod en het verbeteren van de doorstroming. Voor starters wordt de grens van de startersvrijstelling verhoogd en komt extra geld beschikbaar voor betaalbare koopwoningen. Tegelijkertijd investeert het kabinet in nieuwbouwlocaties, woningen voor ouderen en het beter benutten van bestaande woningen.
Dat sluit aan bij wat NVM momenteel op de woningmarkt ziet. Hoewel het aanbod in 2026 is toegenomen, blijft er volgens NVM sprake van schaarste en is vooral van belang dat er woningen worden gebouwd die aansluiten bij de vraag naar betaalbaarheid, woningtype en locatie.
Voor individuele huiseigenaren kunnen daarnaast veranderingen in box 3, de Wet Hillen, de WOZ-waarde en de salderingsregeling gevolgen hebben voor de woonlasten.
Een deel van de maatregelen uit het Belastingplan 2027 betreft nog voorstellen. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld voordat ze definitief zijn.
Wil je weten wat de ontwikkelingen op de woningmarkt betekenen voor jouw verkoop- of aankoopplannen? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.