Beste gebruiker, uw browser is verouderd. Voor de beste ervaring raden we u aan om altijd de nieuwste versie van een browser te gebruiken. U gebruikt versie . De laatste versie is . Klik hier om te updaten

Beste gebruiker, uw browser is verouderd en/of niet ondersteund. Voor de beste ervaring raden we u aan om bijvoorbeeld Safari, Chrome, Firefox of Edge te gebruiken als browser.

Nieuwbouwcijfers 2019 – tweede kwartaal (bron: NVM)

Voor het zesde kwartaal op rij zijn er minder nieuwbouwwoningen verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. De daling is het gevolg van de hoge prijs van nieuwbouwwoningen, waardoor
kopers afhaken. De prijs van nieuwbouw wordt opgestuwd door de stapeling van overheidsambities op nieuwbouw.

In het tweede kwartaal van 2019 zijn circa 6.900 nieuwbouwwoningen en bouwkavels verkocht via NVM-makelaars. Dit is maar liefst 13% minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dit is de
grootste daling in een periode van continue daling van de verkopen die nu al zes kwartalen op rij duurt.

Aanbod neemt toe
Als gevolg van de daling van de verkopen neemt het aanbod dat halverwege het kwartaal te koop staat naar 14.300 nieuwbouwwoningen. Dit is een stijging van 12% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het gevolg is dat de nieuwbouwmarkt, in tegenstelling tot de markt voor bestaande bouw, niet als ‘krap’ getypeerd kan worden. Van een evenwichtige nieuwbouwmarkt is echter geen sprake, de vraag naar nieuwbouw blijft even hoog maar meer mensen haken af vanwege het hoge prijsniveau. De krapte-indicator voor nieuwbouw kwam in het tweede kwartaal van 2019 op 6,8, de bestaande bouw noteerde een krapte-indicator van 3,3.

 

Stapeling van ambities door de overheid werkt prijsopdrijvend
De prijs voor een gemiddelde nieuwbouwwoning steeg in het tweede kwartaal naar 387 duizend euro, een toename van 17% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De prijs per vierkante meter steeg in dezelfde periode met 12% naar ruim 3.000 euro. Inmiddels is een gemiddelde nieuwbouwwoning 80 duizend euro duurder dan een gemiddelde woning in de bestaande bouw.

Nieuwbouw is altijd al iets duurder dan bestaande bouw vanwege de grotere omvang en de hogere kwaliteit van een nieuwbouwwoning. In de basis vindt de NVM dit een positieve situatie: van bouwen voor de doorstroom profiteert de hele woningmarkt. Het gat tussen nieuwbouw en bestaande bouw moet echter niet te groot worden. De prijsstijging van nieuwbouw komt deels door de hoge grond-, personeel- en bouwkosten, maar ook door de stapeling van ambitieuze beleidsmaatregelen specifiek geënt op de nieuwbouwmarkt. Deze overheidsambities hebben elk een duidelijk maatschappelijk doel, maar remmen wel de bouwproductie. Drie voorbeelden van deze maatregelen zijn gasloos bouwen, binnenstedelijke inbreiding en de 40/40/20-bouwverhouding in Amsterdam.

Gasloos bouwen
Het kabinet heeft bepaald dat nieuwbouw per 1 juli 2018 aardgasvrij dient te zijn. Het gaat om alle nieuwbouwwoningen die op of na 1 juli 2018 zijn ingediend voor een omgevingsvergunning. Gasloze nieuwbouw zorgt voor een stijging van de vraagprijzen en remt de nieuwbouwverkoop. In de periode vanaf 2018 is een gasloze woning met warmtepomp gemiddeld 20 tot 30 duizend euro duurder te koop gezet dan een vergelijkbare nieuwbouwwoning op een vergelijkbare locatie met een traditionele cv-ketel. Nu inmiddels 80% van de nieuw aangeboden nieuwbouw gasloos is, zorgt de warmtepomp voor een steeds groter prijsopdrijvend effect. Daar staat tegenover dat een gasloze woning in de toekomst ook meer waard zal zijn, maar dit argument is alleen relevant voor die
huishoudens die de meerprijs daadwerkelijk kunnen opbrengen.

Binnenstedelijke inbreiding
Om te voorzien in de grote vraag naar nieuwbouw in stedelijke woonmilieus en om het groene buitengebied zo min mogelijk aan te tasten, richt de overheid zich sterk op binnenstedelijke
inbreiding. Binnenstedelijk bouwen is echter wel kostbaarder en tijdrovender dan bouwen aan de randen van kernen. Uit een onderzoek dat Stec in 2018 in opdracht van de NVM uitvoerde naar de doorlooptijd van nieuwbouwprojecten kwam naar voren dat de fase van grondverwerving het meeste tijd kost en dat in de fase van bestemmingswijziging naar functie wonen zich de meeste knelpunten voordoen.

De 40/40/20-bouwverhouding van Amsterdam
In Amsterdam dient 80 procent van de nieuwbouw gebouwd te worden voor lage en middeninkomens. In de praktijk maken projectontwikkelaars doorgaans verlies op de 40% sociale
huurwoningen en draaien ze quitte op de 40% middeldure woningen. Vervolgens proberen zij op de resterende 20% vrije sector woningen genoeg winst te maken om de andere 80% af te dekken. De aangeboden koopwoningen vallen bijna uitsluitend in het 20%-segment en juist op de koopwoningen moet dus extra winst gemaakt worden.
Het stapelen van overheidsbeleid werkt prijsopdrijvend en remt daarmee de bouwproductie. Tegelijkertijd maakt diezelfde overheid zich hard voor het aanzwengelen van de bouwproductie. In
juni 2019 heeft Minister Ollongren van BZK een Woondeal gesloten met Regio Utrecht, met als belangrijk doel het aanjagen van de nieuwbouwproductie. Na gemeente Groningen, regio Eindhoven en de Zuidelijke Randstad is dit de vierde Woondeal die in 2019 gesloten is. De NVM is blij dat de minister haar voortvarende aanpak doorzet. Er moet snel meer aanbod komen, ook om de prijzen minder hard te laten stijgen.